Lees hier de uitgave 2018 februari van het sint-pauluskrantje.

Er is geen vrouwke zo arm,
of ze maakt op Lichtmis haar panneke warm.'

Je voelt het vooral ’s avonds. De dagen worden langer.
Er begint iets te wriemelen, die hunker naar lente.
Het oude verhaal van Hanna en Simeon.
Kinderen horen het graag vertellen.

Toch altijd ontroerend wanneer hoogbejaarde mensen een kind in de armen nemen, zeker als het een nakomeling is. In dat hulpeloze wezentje zien ze weer toekomst, het leven - voor een stuk ook hun leven - dat verder zal gaan, ook wanneer zij er zelf niet meer zullen zijn. En verzoend met het leven, beseffen ze dan dat hun tijd om te gaan gekomen is.

Mooi, dat evangelieverhaal op Lichtmis.

De evangelist Lucas laat de oude Simeon boven zichzelf uitstijgen en zeggen: "Jarenlang hebben wij hiernaar uitgekeken. Nu heb ik het heil mogen zien: dit kind is het licht voor alle volken over heel de wereld. Nu kan ik heengaan. Nu mag ik sterven. Want alles is goed zoals het is."

Een ontroerende innerlijke vrede met weerklank in de zeer mooie Lichtmis-cantate van Johan Sebastian Bach: ‘Ich habe genug’.

Maar de oude Simeon ziet nog veel dieper: “Dit kind is bestemd tot een teken van tegenspraak”. Een ontmoeting met Jezus, zegt Simeon, zal voor niemand een vrijblijvend onderonsje zijn, wel een harde confrontatie met onszelf en met eigen vertrouwde opvattingen en gewoonten.

En waarom zulke confrontatie? “Opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden” en het mensen bevrijdt uit narcistische geslotenheid en zelfvoldaanheid.

Het visioen dat Jezus schonk knettert en verstoort het zeer verwaand wereldje dat zichzelf constant opblaast en niets ernstig neemt wat buiten het eigen, enge gezichtsveld valt.

Het is gemakkelijker te leven met onbevredigende illusies dan met een moeilijke vrijheid.

Een christelijke gemeenschap als de onze moet zichzelf permanent laten bevragen door haar eigen bronnen maar moet ook de moed hebben om een teken van tegenspraak te zijn, zonder reserve, naar zichzelf toe maar ook naar de samenleving.

Dat is natuurlijk andere koek.

Dat alles willen we spelend voor Gods aangezicht uitvieren met ouders en kinderen op 4 februari. Diaken Frank Morlion gaat voor en hij brengt alvast zijn gitaar mee.

Een hartelijke groet vanwege de redactieploeg,

Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Lees hier de uitgave 2018 maart van het sint-pauluskrantje.

Nog vier weken zijn we onderweg,
een persoonlijke, wat gedurfde tocht van vasten.
Wat voedt me als christen?
Wat geeft mij spirit?
Met wie voel ik mij verbonden?

We hadden een boeiend gesprek met OASeS, een onderzoekscentrum binnen het Departement Sociologie aan de Universiteit Antwerpen, omtrent onderzoek gericht op armoede en sociale uitsluiting. Opmerkelijk was de vaststelling dat het sociologisch onderzoek (vooral gebaseerd op structurele solidariteit) door haar seculiere instelling, geen feeling heeft met de diepere, vaak religieuze motivatie van de vele vrijwilligers die werken vanuit een persoonlijke solidariteit.
Religieuze inspiratie wordt vaak niet erkend of gecapteerd door het beleid en in de meeste reglementen wordt standaard bepaald dat deze persoonlijke vorm van solidariteit niet gesubsidieerd kan worden.
Daarnaast is de inbreng van religieus gemotiveerde organisaties en vrijwilligers van onschatbaar belang en niet meer weg te denken in de strijd tegen armoede en uitsluiting.
Het onderzoekscentrum wil door gesprekken en contacten de kortsluitingen tussen beide vormen van solidariteit in kaart brengen en als aanvullend beschouwen.


Terwijl velen ogenschijnlijk voorbij de oude kerkdeuren stappen, zoeken anderen vanuit religieuze waarden een antwoord op diepe, maatschappelijke vragen.
Er is een heropflakkering van het religieuze verlangen. Een aanzuigend gat dat vaak bricolerend gevuld wordt. Naast vele kraampjes staat daar ook ‘de kerk’.
Velen die er afscheid van genomen hebben, blijven toch met een onwennig gevoel achter.
Wat oorspronkelijk zo bevrijdend was heeft niet gewerkt.
Je kan niet zonder geloven, een diep basisvertrouwen. Het leven moet toch ontspringen uit een Bron. Intuïtief voelen velen aan dat de werkelijkheid voortkomt uit een liefde die groter is dan de mens. Die liefde daagt uit.
Er is duidelijk taboe om dit luidop te zeggen, het medialandschap laat dat niet toe, maar dat diepe appél lokt velen. Religieuze waarden van mededogen en nabij-zijn worden als kostbaar ervaren. Velen volgen met aandacht voor ‘presentie’ maar ook voor structurele benaderingen hun hart terwijl sociologen en beleidsmensen verbaasd toekijken of hen willen stimuleren.

Een hartelijke groet vanwege de redactieploeg,
Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Sint-Pauluskerk, Antwerpen
Zondag 20 mei, 10.30u.

HOOGFEEST VAN PINKSTEREN

Uitzonderlijke uitvoering van de
H Moll Messe, BWV 232


'Hohe Messe'

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

 
Sint-Paulus Camerata

Soli
Elise Gabele, sopraan 1, 
Estelle Lefort, sopraan 2
Bart Uvyn, altus
Adriaan De Koster, tenor
Jurgen Vollens, bas
Wilfried Van den Brande, bas
Concertmeester
Justin Glorieux
 
Orgel
Nicolas De Troyer, titularis-organist
Algemene leiding
Ivo Venkov, kapelmeester
Plechtige eucharistieviering voorgegaan door 
Pastoor Paul Scheelen en diaken Frank Morlion

Lees hier de uitgave 2018 mei van het sint-pauluskrantje.

Minder dan veertien dagen had de lente nodig om onstuitbaar en jong een nieuwe wereld te scheppen.

Timmermans zou schrijven: “de botten zwollen als jonge moeders, de verdeegd-gezeten wereld barstte open”.

Nog even en we lezen het oude pinksterverhaal in de kerk.
Wanneer dat woordje ‘kerk’ valt, krijgen we een zorgelijk blik, wellicht terecht. Maar hoe anders is het begonnen, in lichterlaaie, met vlam en vuur, mensen begeesterd. ‘Iets’ in mensen. Ja, ‘iets’.
Een kracht, een intuïtie tegen alles wat versteend en koud is.
‘Iets’ in mensen, Gods hunker, beeld, Gods taal in mensen. Scheppingskracht.
In het Pinksterverhaal roepen omstanders vol verbazing: “Hoe kan het dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?”.
Is ‘moedertaal’ niet: de taal van de liefde, de taal van het hart?
Is het ook de taal van onze gemeenschap?
Paulus beschrijft dat ‘iets’ in mensen: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (Gal. 5, 22-23)
Dat is heel wat maar met dit visioen is alles begonnen. Geen ingewikkelde discussie rond wie of wat Gods Geest is maar wel de vraag of we ons die moedertaal hebben eigen gemaakt.
Pinksteren is niet het feest van de volle oogst, maar van de eerstelingen. Dingen laten groeien, koesteren, met elkaar delen. Stappen zetten met scha en schande. Gloed in de as ontdekken, aanblazen, zorgen dat het niet uitdooft.

Vandaag hebben kinderen enthousiast in onze kerk gezongen.
Bezoekers worden langs kunstwerken betrokken bij een dieper verhaal.
Aandacht voor sociale nood wordt vanzelfsprekender maar ook de zorg voor de eigen geloofsgemeenschap.
Met velen werken we aan een ‘begeesterende barok’. We studeren, facebooken, geven lezingen, beluisteren liturgie vanuit de begeestering van J.S. Bach, J.D. Zelenka en bezongen eerbied voor Gods uitdagende transcendentie.
Zoveel tekenen van ‘eerstelingen’, nieuwe lente.


"Kom, Schepper, Geest
daal op ons neer met uw vlammende vurigheid,
priem uw stralen doorheen
het banale van elke dag.
Breek opnieuw die hemel open
boven onze hoofden
en laat die stem weer klinken
waardoor wij opgetild worden,
groter dan ons eigen bange hart.”

Namens de redactie, Erwin Vandecauter en Paul Scheelen