Sint-Pauluskerk, Antwerpen
Zondag 20 mei, 10.30u.

HOOGFEEST VAN PINKSTEREN

Uitzonderlijke uitvoering van de
H Moll Messe, BWV 232


'Hohe Messe'

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

 
Sint-Paulus Camerata

Soli
Elise Gabele, sopraan 1, 
Estelle Lefort, sopraan 2
Bart Uvyn, altus
Adriaan De Koster, tenor
Jurgen Vollens, bas
Wilfried Van den Brande, bas
Concertmeester
Justin Glorieux
 
Orgel
Nicolas De Troyer, titularis-organist
Algemene leiding
Ivo Venkov, kapelmeester
Plechtige eucharistieviering voorgegaan door 
Pastoor Paul Scheelen en diaken Frank Morlion

Lees hier de uitgave 2018 mei van het sint-pauluskrantje.

Minder dan veertien dagen had de lente nodig om onstuitbaar en jong een nieuwe wereld te scheppen.

Timmermans zou schrijven: “de botten zwollen als jonge moeders, de verdeegd-gezeten wereld barstte open”.

Nog even en we lezen het oude pinksterverhaal in de kerk.
Wanneer dat woordje ‘kerk’ valt, krijgen we een zorgelijk blik, wellicht terecht. Maar hoe anders is het begonnen, in lichterlaaie, met vlam en vuur, mensen begeesterd. ‘Iets’ in mensen. Ja, ‘iets’.
Een kracht, een intuïtie tegen alles wat versteend en koud is.
‘Iets’ in mensen, Gods hunker, beeld, Gods taal in mensen. Scheppingskracht.
In het Pinksterverhaal roepen omstanders vol verbazing: “Hoe kan het dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?”.
Is ‘moedertaal’ niet: de taal van de liefde, de taal van het hart?
Is het ook de taal van onze gemeenschap?
Paulus beschrijft dat ‘iets’ in mensen: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (Gal. 5, 22-23)
Dat is heel wat maar met dit visioen is alles begonnen. Geen ingewikkelde discussie rond wie of wat Gods Geest is maar wel de vraag of we ons die moedertaal hebben eigen gemaakt.
Pinksteren is niet het feest van de volle oogst, maar van de eerstelingen. Dingen laten groeien, koesteren, met elkaar delen. Stappen zetten met scha en schande. Gloed in de as ontdekken, aanblazen, zorgen dat het niet uitdooft.

Vandaag hebben kinderen enthousiast in onze kerk gezongen.
Bezoekers worden langs kunstwerken betrokken bij een dieper verhaal.
Aandacht voor sociale nood wordt vanzelfsprekender maar ook de zorg voor de eigen geloofsgemeenschap.
Met velen werken we aan een ‘begeesterende barok’. We studeren, facebooken, geven lezingen, beluisteren liturgie vanuit de begeestering van J.S. Bach, J.D. Zelenka en bezongen eerbied voor Gods uitdagende transcendentie.
Zoveel tekenen van ‘eerstelingen’, nieuwe lente.


"Kom, Schepper, Geest
daal op ons neer met uw vlammende vurigheid,
priem uw stralen doorheen
het banale van elke dag.
Breek opnieuw die hemel open
boven onze hoofden
en laat die stem weer klinken
waardoor wij opgetild worden,
groter dan ons eigen bange hart.”

Namens de redactie, Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Lees hier de uitgave 2017 november van het sint-pauluskrantje.

Straten hebben hun verhalen.
Even voorbij het monument van Paul van Ostaijen;
een zitbank voor een bruine, Wifi-café.
Ik hoor mijn naam roepen, een stevige knuffel vertelt van gedeeld leed. De mama van de kleine Luna, elf jaar geleden neergeschoten. Naast Laurence stond een vriendin.
Ik bestel twee lungo’s voor hen beiden. Voor mij een koffie.
Hij ziet er vervaarlijk zwart uit.
Ik durf geen melk vragen want hun gesprek gaat mijmerend verder.
Doen wat moeders doen: betrokken praten over hun kinderen.
Onder meer over het gepest worden op school.
De andere mama vertelt over haar elfjarig dochtertje met een verouderingsziekte, progreria. Het zicht van de elf jarige Bertha is al heel erg achteruitgegaan en sinds kort lijdt ze aan diabetisch.
Over haar levenskansen liggen de meningen ver uiteen.
Maar haar klasgenoten zijn bikkelhard. Kunnen niet aanvoelen wat dit kind overkomt. Moeten daar toch ook geen weet van hebben.

Laurence was Hans Van Themsche gaan opzoeken in de gevangenis.
Wilde weten, wilde een mens ontmoeten zoals ze zijn moeder had ontmoet als moeder.
Zijn gejammer over spijt irriteerde haar.
Ze vroeg hem hoe hij zichzelf voorbereidde op de toekomst wanneer hij over enkele jaren vrij zou komen. Wie was hij dan?

Moeders met zware littekens. Wij samen in late herfstzon op de bank.
Verhalen werden gedeeld. Wolken schoven voorbij.
Voelbare mooie momenten.
Soms een mensenleven dat onder je voeten pijnlijk wegschuift.

Ineens keek de mama van Bertha mij aan.
‘Weet je wat in ons gegroeid is doorheen alles wat we meemaken?’ ‘Mededogen’. Vreemd hé, en toch “mededogen!”

Tram zeven denderde voorbij terwijl dat kostbare woord uit de grote transformatie, eeuwen voor Christus, hier rond de cafétafel een weerklank kreeg. Boedha, Zarathustra, Socrates, Jesaja:
‘Liederen van de Knecht’. Later kernverhaal van het evangelie.

Twee mensen door het leven zwaar aangepakt, permanente zorg, vragen waarop geen zinnig antwoord komt.
Geen haat, geen zelfbeklag.
“Mededogen”
Zelden heb ik mij zo klein gevoeld.

Namens de redactie,

Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Lees hier de uitgave 2018 april van het sint-pauluskrantje.