Lees hier de uitgave 2019 april van het sint-pauluskrantje.

Sint-Pauluskrantje april 2019

GROEIEND NAAR PASEN,
DE VERKLANKING VAN EEN NIEUWE LENTE

Ooit is in dit heelal het vermoeden gerezen, onverwoestbaar als de mensheid zelf,
dat al onze onmacht en verlangen
naar zorgdragen en liefhebben ontspringt
aan een oneindige veerkracht en daarin uitmondt,
een levensstuwing die we onhandig God noemen.
Zijn Naam is: ‘ik zal er zijn, ik zal er zijn’.
Aanwezigheid, voltooiing, uiteindelijke gerechtigheid,
totale verzoening,

Mensen waarvan we hielden, wijze mensen,
soms helden die het zo maar deden,
brachten ons dit inzicht:
als je leven wat chaotisch wordt,
ga dan terug naar de eerste regels van het Bijbelboek: “in de beginne was er niets anders dan duister, chaos… God schreeuwde: er zij licht”.
Vergeet nooit dat het met licht, en om het licht, begonnen is. Tegen alle duister in.

Duister, een bijbels woord voor een manier van bestaan die de naam ‘leven’ niet waard is.
Je kunt levend dood zijn. Je kunt op plekken in je lichaam, in je geheugen, in je hart, ‘dood’ zijn. Verstopt, zonder hoop, ziende blind.
Je kunt dan met niemand iets:
niet ontvangen, niet geven.
Met die angst voor zelfverlies, angst voor toekomst, sloten leerlingen zijn graf af met een zware steen.
Ze begraven Hem in de schemerzone van halfslachtigheid en compromis. Dood is dood, dachten ze, en zijn Rijk was inderdaad niet van deze wereld.

Jezus zou nooit de ‘Verrezene’ zijn genoemd,
als mensen niet in hem gezien hadden
hoe hij de zinloosheid weerstond toen hij nog leefde.
Dat iets in hem sterker was dan de dood- iets in hem. God in hem.
Hoe hij scheidsmuren en gevangenismuren afbrak en liefde het meest reële woord werd om onderlinge verhoudingen aan te duiden.
Liefde is opstanding, eeuwig leven.

Daarom, straks in de Paaswake: een engel daalt neer, één en al licht.
Wat nu geschiedt, geschiedt van Godswege.
Wanneer Gods werkelijkheid de onze raakt,
schudt alles op zijn grondvesten,
zekerheden vallen weg, schokkend is het,
de onderste steen komt boven.

Met één vinger wentelt de engel de steen weg
van het graf. Hij gaat erop zitten, een glimlach speelt hem om de mond. 'De Heer is niet dood'.
Gaat gewoon zitten schitteren op die afsluitsteen.
Prachtig wat een beeldende geloofstaal.
Het moet duidelijk zijn, God is hier in het spel.

Wat een beweging opeens. Alles was tot stilstand gekomen, eerst aan het kruis, toen in het graf,
stilte, doodse stilte, door en door trieste desillusie. Vlug een steen er voor.
Maar nu, ten derden dage, zet de engel alles en iedereen weer in beweging.
'Ga! Durf dwars doorheen de buitenkant van je leven
te kijken naar je binnenste kant,
je levensbron. Ga! Leef zoals hij, goddelijk'.
In zo’n graf is niets te vinden.

“En zie, Jezus kwam hen tegemoet’.
Het staat er zo mooi. Hij zegt: ‘vrees niet,
want je angst maakt je tot minder mens’.

Zo treedt Hij ons tegemoet. Verlaat je graven,
je angst en je ontgoocheling.
Dat is Pasen, een woord met de verklanking van een nieuwe lente, zo intens.

Pastoor Paul namens de ganse redactieploeg