Lees hier de uitgave 2018 mei van het sint-pauluskrantje.

Minder dan veertien dagen had de lente nodig om onstuitbaar en jong een nieuwe wereld te scheppen.

Timmermans zou schrijven: “de botten zwollen als jonge moeders, de verdeegd-gezeten wereld barstte open”.

Nog even en we lezen het oude pinksterverhaal in de kerk.
Wanneer dat woordje ‘kerk’ valt, krijgen we een zorgelijk blik, wellicht terecht. Maar hoe anders is het begonnen, in lichterlaaie, met vlam en vuur, mensen begeesterd. ‘Iets’ in mensen. Ja, ‘iets’.
Een kracht, een intuïtie tegen alles wat versteend en koud is.
‘Iets’ in mensen, Gods hunker, beeld, Gods taal in mensen. Scheppingskracht.
In het Pinksterverhaal roepen omstanders vol verbazing: “Hoe kan het dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?”.
Is ‘moedertaal’ niet: de taal van de liefde, de taal van het hart?
Is het ook de taal van onze gemeenschap?
Paulus beschrijft dat ‘iets’ in mensen: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” (Gal. 5, 22-23)
Dat is heel wat maar met dit visioen is alles begonnen. Geen ingewikkelde discussie rond wie of wat Gods Geest is maar wel de vraag of we ons die moedertaal hebben eigen gemaakt.
Pinksteren is niet het feest van de volle oogst, maar van de eerstelingen. Dingen laten groeien, koesteren, met elkaar delen. Stappen zetten met scha en schande. Gloed in de as ontdekken, aanblazen, zorgen dat het niet uitdooft.

Vandaag hebben kinderen enthousiast in onze kerk gezongen.
Bezoekers worden langs kunstwerken betrokken bij een dieper verhaal.
Aandacht voor sociale nood wordt vanzelfsprekender maar ook de zorg voor de eigen geloofsgemeenschap.
Met velen werken we aan een ‘begeesterende barok’. We studeren, facebooken, geven lezingen, beluisteren liturgie vanuit de begeestering van J.S. Bach, J.D. Zelenka en bezongen eerbied voor Gods uitdagende transcendentie.
Zoveel tekenen van ‘eerstelingen’, nieuwe lente.


"Kom, Schepper, Geest
daal op ons neer met uw vlammende vurigheid,
priem uw stralen doorheen
het banale van elke dag.
Breek opnieuw die hemel open
boven onze hoofden
en laat die stem weer klinken
waardoor wij opgetild worden,
groter dan ons eigen bange hart.”

Namens de redactie, Erwin Vandecauter en Paul Scheelen