Lees hier de uitgave 2018 maart van het sint-pauluskrantje.

Nog vier weken zijn we onderweg,
een persoonlijke, wat gedurfde tocht van vasten.
Wat voedt me als christen?
Wat geeft mij spirit?
Met wie voel ik mij verbonden?

We hadden een boeiend gesprek met OASeS, een onderzoekscentrum binnen het Departement Sociologie aan de Universiteit Antwerpen, omtrent onderzoek gericht op armoede en sociale uitsluiting. Opmerkelijk was de vaststelling dat het sociologisch onderzoek (vooral gebaseerd op structurele solidariteit) door haar seculiere instelling, geen feeling heeft met de diepere, vaak religieuze motivatie van de vele vrijwilligers die werken vanuit een persoonlijke solidariteit.
Religieuze inspiratie wordt vaak niet erkend of gecapteerd door het beleid en in de meeste reglementen wordt standaard bepaald dat deze persoonlijke vorm van solidariteit niet gesubsidieerd kan worden.
Daarnaast is de inbreng van religieus gemotiveerde organisaties en vrijwilligers van onschatbaar belang en niet meer weg te denken in de strijd tegen armoede en uitsluiting.
Het onderzoekscentrum wil door gesprekken en contacten de kortsluitingen tussen beide vormen van solidariteit in kaart brengen en als aanvullend beschouwen.


Terwijl velen ogenschijnlijk voorbij de oude kerkdeuren stappen, zoeken anderen vanuit religieuze waarden een antwoord op diepe, maatschappelijke vragen.
Er is een heropflakkering van het religieuze verlangen. Een aanzuigend gat dat vaak bricolerend gevuld wordt. Naast vele kraampjes staat daar ook ‘de kerk’.
Velen die er afscheid van genomen hebben, blijven toch met een onwennig gevoel achter.
Wat oorspronkelijk zo bevrijdend was heeft niet gewerkt.
Je kan niet zonder geloven, een diep basisvertrouwen. Het leven moet toch ontspringen uit een Bron. Intuïtief voelen velen aan dat de werkelijkheid voortkomt uit een liefde die groter is dan de mens. Die liefde daagt uit.
Er is duidelijk taboe om dit luidop te zeggen, het medialandschap laat dat niet toe, maar dat diepe appél lokt velen. Religieuze waarden van mededogen en nabij-zijn worden als kostbaar ervaren. Velen volgen met aandacht voor ‘presentie’ maar ook voor structurele benaderingen hun hart terwijl sociologen en beleidsmensen verbaasd toekijken of hen willen stimuleren.

Een hartelijke groet vanwege de redactieploeg,
Erwin Vandecauter en Paul Scheelen