Lees hier de uitgave 2017 december van het sint-pauluskrantje.

We zullen ons in deze decembermaand weer een weg moeten kappen doorheen een woud van dennentakken, nostalgie en erup­ties van naastenliefde. De winkels liggen vol prullaria om onze hunker naar warme menselijkheid wat op te vullen met softie dingen.

Weest waakzaam. Maar we weten het, goed bedoelde pogin­gen lopen vast in engelenhaar en kunstsneeuw.
Schijnbaar geraken we nooit bij de plek van échte menswording, namelijk de stal:
daar waar mensen onbeschut zijn, onzekerheid leeft, angst verlamt, zelfrespect verdwijnt.

De technologie heeft ons geholpen om te overleven in een wereld van schaarste.
Maar nu staan we voor het probleem om te overleven in een wereld van overvloed.
Meer en meer mensen die het "gemaakt hebben" leven met een emotionele puinhoop
terwijl er anderzijds een diepe scheur ontstaan is in ons maatschappelijk vangnet.
1.700.000 Belgen leven onder de armoedegrens. 1 op 7.
Die dingen moeten we durven zien.
Leonard Cohen zong: ‘There is a crack in everything’. Er loopt een barst door alles heen.
Precies door die barst komt het licht naar binnen. ‘That’s how the light gets in

Advent is durven die barst te doorzien en Gods licht er doorheen te laten stromen.

Warme Adventstijd toegewenst namens de redactie,

Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

 

Lees hier de uitgave 2017 november van het sint-pauluskrantje.

Straten hebben hun verhalen.
Even voorbij het monument van Paul van Ostaijen;
een zitbank voor een bruine, Wifi-café.
Ik hoor mijn naam roepen, een stevige knuffel vertelt van gedeeld leed. De mama van de kleine Luna, elf jaar geleden neergeschoten. Naast Laurence stond een vriendin.
Ik bestel twee lungo’s voor hen beiden. Voor mij een koffie.
Hij ziet er vervaarlijk zwart uit.
Ik durf geen melk vragen want hun gesprek gaat mijmerend verder.
Doen wat moeders doen: betrokken praten over hun kinderen.
Onder meer over het gepest worden op school.
De andere mama vertelt over haar elfjarig dochtertje met een verouderingsziekte, progreria. Het zicht van de elf jarige Bertha is al heel erg achteruitgegaan en sinds kort lijdt ze aan diabetisch.
Over haar levenskansen liggen de meningen ver uiteen.
Maar haar klasgenoten zijn bikkelhard. Kunnen niet aanvoelen wat dit kind overkomt. Moeten daar toch ook geen weet van hebben.

Laurence was Hans Van Themsche gaan opzoeken in de gevangenis.
Wilde weten, wilde een mens ontmoeten zoals ze zijn moeder had ontmoet als moeder.
Zijn gejammer over spijt irriteerde haar.
Ze vroeg hem hoe hij zichzelf voorbereidde op de toekomst wanneer hij over enkele jaren vrij zou komen. Wie was hij dan?

Moeders met zware littekens. Wij samen in late herfstzon op de bank.
Verhalen werden gedeeld. Wolken schoven voorbij.
Voelbare mooie momenten.
Soms een mensenleven dat onder je voeten pijnlijk wegschuift.

Ineens keek de mama van Bertha mij aan.
‘Weet je wat in ons gegroeid is doorheen alles wat we meemaken?’ ‘Mededogen’. Vreemd hé, en toch “mededogen!”

Tram zeven denderde voorbij terwijl dat kostbare woord uit de grote transformatie, eeuwen voor Christus, hier rond de cafétafel een weerklank kreeg. Boedha, Zarathustra, Socrates, Jesaja:
‘Liederen van de Knecht’. Later kernverhaal van het evangelie.

Twee mensen door het leven zwaar aangepakt, permanente zorg, vragen waarop geen zinnig antwoord komt.
Geen haat, geen zelfbeklag.
“Mededogen”
Zelden heb ik mij zo klein gevoeld.

Namens de redactie,

Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Lees hier de uitgave 2017 oktober van het sint-pauluskrantje.

Het is nu wetenschappelijk bewezen: het merendeel der Vlamingen is gelukkig.
De studie gebeurde voordat we enigszins konden vermoeden dat we voor onze energie geen 100 maar 9 Euro moeten afdragen, iets wat het geluks-coëfficiënt waarschijnlijk aanzienlijk optilt.
Voor een knelpuntberoep als pastoor was het toch weer even slikken omdat in het onderzoek ‘het Geloof’ weinig te maken heeft met dat glibberige gelukgevoel.

De maandag daarop ontvingen we in Parochie Sociaal een twintigtal, vooral mama’s, die hun geluk moesten zoeken in dat dagelijks gevecht met deurwaarders, huisbazen en hoge school- en energie-rekeningen.
Geen papieren, geen werk, geen verzekering, geen ocmw, geen lijnkaart kunnen kopen, niet mogen werken. Voedselshoppen, zeg maar bedelen.

Aan een meisje van veertien vroeg ik waarom ze niet op school was.
“Ga niet graag”. “Waarom”. “Ben terug gestuurd want mama kan de 360 Euro voor schoolboeken niet betalen”.
Even later telefoneerden we ons zot om onderdak te vinden voor een moeder met een kindje van drie maanden die in het Centraal Station verbleef omdat ze uit huis was gezet.
“Heeft dat mens papieren?” “Nee” “Dan kan het niet”.

Even later een bezoek gebracht bij de Zadikki’s. Vijfde verdieping, zonder traplichten. Twee autistische, zwaar spastische jongens van rond de twintig op matrassen. Pampers. Horen volgens specialisten absoluut thuis in psychiatrische inrichting. Illegaal! Waarom werden ze niet gedeporteerd in een vondelingschuif?
Toen ik het aan iemand vertelde zei hij: “ja maar die ondergraven ons sociaal systeem.” Wat moet je daarop zeggen.

Soms denk ik dat Jezus van Nazareth ons op het verkeerde been heeft gezet.
Neem nu die vrouw bij de put in Samaria. Hij wist toch dat dat volk zich niet integreerde. Hielden zich aan eigen cultuur en hadden eigen gebedsplaatsen. En waarom bemoeide Hij zich met die sloor die in het midden van de hitte stiekem de kruiken moest vullen bij de bron om niet bespot te worden door de andere vrouwen. Hoeveel mannen hadden haar al op straat gezet?
Wat bezielde hem om met deze uitgeprocedeerde door de Joodse samenleving op zoek te gaan naar wat haar levenskansen gaf? Kon ze niet ophoepelen naar het Tweestromenland waar ze ooit vandaan kwam? Dacht ze nu werkelijk dat het Joodse volk al de gelukszoekers moesten opvangen?
Zijn eigen leerlingen begonnen zich behoorlijk op te boeien.

Koppig als hij was in die koppige, daadkrachtige liefde van God zelf, ging Hij naast haar zitten in die diepe put waar zij al zolang vertoefde.
En luisterend, wakkerde hij diep in haar een veerkrachtige bron aan.
Deed wat Jahweh deed die eerste dag.
Licht brengen in het chaotische van het menselijke bestaan.

Namens de redactie - Erwin Vandecauter en Paul Scheelen

Lees hier de uitgave 2017 september van het sint-pauluskrantje.

Begin van de week werden heel wat kunstwerken in  St-Paulus met voorzichtige vingers aangeraakt, betast, besproken door een twaalftal blinden en slechtzienden.

Een tof onthaalproject van de St.-Paulusvrienden. Je kon de vreugde aanvoelen in mensen.

Augustus was een intense maand. 14.000 bezoekers werden verwelkomd in Calvarietuin en kerk en begeleid indien ze het verlangden.

De Antwerpse Moederdag, Onze- Lieve- Vrouw- ten- Hemelopneming, werd een indrukwekkend mooi, liturgisch en muzikaal gebeuren, dicht bij Bijbelse bron.

Tijdens vijf avonden of nachten werden enkele duizenden liefhebbers van polyfonische muziek ondergedompeld in” Adoratio” van Laus Polyphoniae.

Gewelven, klankkleur, avondlicht, bewogen professionaliteit van uitvoerders.

Mystieke teksten, het Hooglied, het Oude Stabat Mater, liederen van Luther.

“Adoratio”.

De aangehouden stilte, het meditatief beluisteren, raakten bij velen, gelovig of met andere levensovertuiging, iets diep religieus. Er steekt zoveel mysterie in de huidplooien van het leven. Het zoeken naar zingeving wordt vloeibaarder maar is aanwezig.

Een kerk moet meer zijn dan een zinvolle liturgische plek.

We mochten ruimten ontsluiten die opengingen in het diepste van de ziel.

Een oase, tijdens warme augustusdagen, waar plaats was voor menselijk verlangen dat midden het gewoel van het leven verder reikt, verbindt en mij als mens uniek maakt. 

Ach ja, slechts een korte stonde, even in zichzelf erkennen wat aan elke greep ontsnapt en toch behoort tot het eigen, diepste wezen van jezelf.

Voor sommigen een ervaring die voorafgaat aan denken en dwaasheid. 

Een moment waarin je beseft dat in jou steeds dit uitnodigend licht aanwezig is en je uitdaagt.  

Namens de redactie u allen een zomerse tijd toegewenst,

Erwin Vandecauter en Paul Scheelen